Impromuda weet wederom te overtuigen

Dinsdag 18 - 3 2008
Voor de tweede maal sinds het bestaan van Art Meets heeft het improvisatie collectief zijn kunsten vertoond in café Cul de Sac. De verwachtingen waren hoog aangezien het de eerste maal een dermate sterke performance op leverde zodat deze wellicht moeilijk te overtreffen is. Deze spanning is echter niet te zien bij de drie danseressen noch bij de twee muzikanten van het collectief. Eveneens wacht het publiek geduldig op wat komen gaat en keuvelt onderling nog wat. Degene die al eens een Impromuda avond heeft bijgewoond legt de nieuwkomer uit wat hem allemaal te wachten staat. Totdat de lichten langzaam gedoofd worden, de sfeervolle jazz verstomd en de avond officieel van start is gegaan.

“Is this part finished?” vraagt Fiona aan het eind van het eerste blok, wellicht een veel voorkomende vraag bij improvisaties. Hoelang kunnen we dit idee nog voortzetten? Hebben we nog ideeën? Zit de vaart er nog in? En de spanning? Gevoelsmatig dacht ik, neen. Dit eerste deel van drie verspreid over de avond gespeelde delen neemt een vlakke, ongepassioneerde aanloop. Visueel en muzikaal is het allemaal een lust voor het oog, de gewenste symbiose tussen deze twee blijft echter uit bovendien is de spanningsboog ver te zoeken. Wellicht heeft dit te maken met de keuze van instrumenten. Jarno van Es is, zoals altijd, onderhoudend. Zachtjes streelt hij zijn toetsen om een subtiel geluidstapijt neer te leggen soms aangevuld met samples en begeleid door contrabas. Hier zou een contrasterend instrument een welkome aanvulling zijn geweest. Wellicht dachten de dames hetzelfde. Ook op hun performance viel niet echt iets aan te merken maar er kwam nimmer een hoogtepunt en zo eindigde dit deel nagenoeg met dezelfde spanning als aan het begin.
Wanneer het tweede deel begint lijkt het alsof ook de dames niet helemaal tevreden waren, het optreden begint namelijk spetterend met een prachtig speels stuk in een soort huiskamersetting. De drie danseressen rollen, ruziën en acteren met veel humor en houden zodoende de spanning prima vast. Dit wordt alleen nog maar versterkt door een soort akelig kinderversje wat door de speakers glibberde. Langzaam krijgt het collectief grip op de avond en weet te ontroeren, te vermaken en te fascineren. Wanneer er voor de tweede maal tekst op de spiegel in het decor geschreven wordt - de eerste maal betreft het hier het woord: Arrive - is er ook geen letter van gelogen. Het woord: Staying schreeuwt zichzelf fel kleurrijk van de spiegel. En dat is wat de beelden en indrukken doen, ze blijven. Wanneer dan in het derde deel Ineke Wolters het barpersoneel de schrik van hun leven bezorgd door achter de bar te klauteren, spontaan vijf biertjes tapt en deze vervolgens aan de nietsvermoedende Vlaamse collega begint te voeren, die op haar beurt dapper het drinkgedrag van haar landgenoten probeert te verdedigen schieten alle superlatieven te kort. In het publiek hoorde ik uitdrukkingen als dolkomisch, briljant en zelfs geil. Bovendien heerste er hier en daar ongeloof. Was dit wel improvisatie? Enfin. Impromuda heeft ondanks een langzame start dubbel en dwars weten te overtuigen. Improvisatie balanceert altijd op een heel dun platform waar men heel eenvoudig vanaf zou kunnen vallen soms aan de goede kant soms aan de verkeerde. Impromuda bleef behoorlijk lang balanceren maar toen uiteindelijk de keus gemaakt was sprongen zij vol overgave in het diepe en nam het publiek mee op een onvergetelijke reis. Ach ja, je had er bij moeten zijn geweest. Denk ik…
J.T.O. van Laak

Leave a Reply